ondertussen onderweg

Als je gaat ondernemen, begin je een groot avontuur. Je hebt geen idee wat je gaat tegenkomen en ontdekken. Het is een reis naar het onbekende waarin één ding zeker is: je gaat heel wat leren over jezelf en het leven. En eerlijk? Als je ook maar een klein beetje bent zoals ik, houdt dat nooit op.

Eind oktober 2020 start met dit blog. Ik ben dan vijf jaar onderweg. De hoogste tijd voor een uitnodiging. Reis je met me mee? Dan vertel ik je hoe het is, ondertussen onderweg.

Blogs onder de afbeelding, meest recente boven.

Image

011. Volwassen worden

22 november 2020  |  Een paar jaar terug organiseer ik in januari met Suzanne een aantal doenwatklopt dagen, waarin we bepalen waar dat jaar voor ons nu werkelijk over gaat. Ik hoor mezelf zeggen dat dat jaar gaat over volwassen worden als ondernemer.

Dat blijkt er een te zijn in de categorie ‘Be careful what you wish for’ want ik word dat voorjaar getrakteerd op een aantal vervelende wendingen. Financieel getrut, gedoe met een accountant die van het toneel verdwijnt en torenhoge aanslagen van de belastingdienst. Even ben ik bang dat alles wat ik heb opgebouwd, weg is.

In het ondernemersgezin waarin ik opgroei, doet een verhaal de ronde. Het is een verhaal over een ondernemer die niet goed kan omgaan met geld, die alles net zo snel uitgeeft als hij het verdient, en die door een onverwachte hoge kostenpost zijn zaak kan opdoeken. Het is zo’n verhaal dat een doorgewinterde ondernemer die zijn zaakjes altijd op orde heeft, vertelt aan zijn kinderen om ze te behoeden voor Het Grote Onheil.

Dat voorjaar – als ik even niet meer weet hoe ik de kwestie opgelost krijg – voel ik me die mislukte ondernemer uit het verhaal van vroeger. Of nog erger: een mislukte ondernemer die ook nog eens gewaarschuwd was. Ik maak het verhaal in mijn hoofd steeds groter, en mezelf omgekeerd evenredig kleiner. Het is geen fraaie periode. Wel een leerzame, dat wel. Want uit al het gedoe wordt een wijzere, meer volwassen ondernemer geboren.

Dus oké universum, I get it. Volgende keer vraag ik een Jacuzzi. 😉

Nu ben ik iemand die prima kan zijn met chaos maar stiekem lekkerder gaat op orde en overzicht. Ik hou van een opgeruimd huis en kan wegdromen bij het idee van een minimalistisch leven zonder afleiding. Dat wil niet zeggen dat ik heel goed in staat ben dat overzicht – en dat opgeruimde huis for that matter – te creëren. Of eerlijk? Ik kan het heel goed creëren, maar vasthouden… da’s wel een dingetje. Als ik de wind in mijn kop heb, tik ik in no time een excelletje in elkaar. Maar inmiddels zwerven er in de krochten van mijn digitale kelder tientallen, zo niet honderden spreadsheetjes rond. Dus hoewel er na de fase van Het Grote Onheil écht wel iets verandert, weet ik heus wel dat er ruimte is voor groei.

Die wetenschap – zo besluit ik kennelijk – ligt prima waar die ligt. Eveneens in de krochten van een archief, in mijn onuitputtelijk malende brein tussen talloze andere gedachten en ideeën die wachten op het juiste moment.

Als in de loop van dit jaar duidelijk wordt dat er écht sprake is van een blijvend momentum rondom Native Branding en de groeiambities serieuze vormen aannemen, weet ik ergens in mijn achterhoofd dat ik de olifant in de kamer toch een keer zal moeten benoemen. Maar nu even niet. Te druk. Teveel andere interessante dingen. Te weinig urgentie.

Dan start dit najaar Debbie met het Native Brand programma. Ik ken haar al een tijdje, en weet dat ze ‘iets met geld’ doet. In de geweldige gesprekken die we met elkaar hebben, leer ik Debbie kennen als de doorgewinterde financieel expert die ze is. Bevlogen en gepassioneerd voor precies dat waar ik een broertje dood aan heb, maar even gedreven om andere ondernemers te helpen naar succes. Die bevlogenheid en drive schept een band, en we lachen vaak over onze tegenstellingen. En daar blijft het bij.

Tot Debbie mij en anderen uitnodigt om deel te nemen aan iets leuks. Drie maanden, zes bijeenkomsten, in een groep van acht ondernemers. Samen werken aan iets wat we als ondernemers zo weinig doen: een heuse kerstbonus.

Ik vind het zo’n vrolijke en laagdrempelige insteek, dat ik besluit mee te doen. “Jij bent mijn uitdaging!” roept Debbie opgewekt. En oké, ik snap waarom. Want ik heb er zin in, maar met de nodige scepsis ben ik lichtelijk op mijn hoede voor wat er gaat komen. Maar hee, dit gaat gewoon leuk worden. En baat het niet dan schaadt het niet. Dat hou ik me voor.

Oh zalige onwetendheid die gedachte. Want we zijn nog maar op de helft van de training en nu al weet ik dat ik nooit meer zonder wil. Zoveel inzichten en tools om dat wat je belangrijk vindt als ondernemer te vertalen in financiële keuzes. Dingen die ik intuïtief eigenlijk al heel goed deed, maar ook dingen waar ik gewoon geen enkel idee over had. Alles komt samen in een – daar komt ie – onwaarschijnlijk geweldig excelbestand. Alles. Op. Een. Plek. Overzicht, inzicht, vooruitzicht. Mijn hemel. Als ik toch geweten had dat dit bestond! Zoveel rust, en daarmee ruimte voor groei. Niet van mij dit keer, maar van mijn bedrijf.

Als ik Debbie vertel dat ik zowaar zin heb om op maandagochtend de zaken bij te werken in dat bestand, begint ze keihard te lachen. Ik lach maar met haar mee. “Ben ik toch gewoon volwassen aan het worden als ondernemer,” zeg ik. “Wie had dat ooit gedacht?”

Waarin ben jij volwassen geworden (of moet je dat nog doen) als ondernemer?

Reageren kan hier.


010. Risicobereid

22 november 2020  |  Het is een vrijdagavond ergens deze zomer en ik zit aan de keukentafel bij een goede vriendin. Ik vertel haar over de groei die TR-IBU doormaakt, de kansen die dat met zich meebrengt en mijn verwachting dat ik over een tijdje niet meer alleen werk. Ik ben eerlijk in hoe het me overweldigt, ergens. Dat gevoel van momentum. Het niet weten hoe daar nu precies handen en voeten aan te geven op een manier die klopt. De onzekerheid die dat teweegbrengt.

Het is een slimme dame, deze vrouw. Dus al gauw heeft ze in de gaten waar de schoen wringt. Ik heb het gevoel dat deze nieuwe fase in mijn ondernemer-zijn van me vraagt dat ik iemand word die ik misschien wel helemaal niet wil zijn. Dat ik mijn onbevangenheid, verwondering, vrijheid en vertrouwen moet inruilen voor berekend opereren, voorspelbaarheid, beheersing en controle.

Ik ontdek in de afgelopen vijf jaar dat ik als ondernemer behoorlijk risicobereid ben. En dat verrast me. Maar waarom eigenlijk? Ook in de liefde en het leven neem ik door de jaren heen geregeld grote risico’s. Ik duik met het volste vertrouwen of juist mét een gezonde spanning graag head first in een avontuur, als mijn gut feeling me die kant op duwt.

Ik hoor het stemmetje diep vanbinnen dat fluistert en verlangt. En zo beweeg ik intuïtief door het leven. Ik hou ervan. En ergens worstel ik nu met de overtuiging dat een groeiend bedrijf van mij iets anders vraagt.

Ik begrijp wel waar het vandaan komt. Ik begeef me op nieuw en spannend terrein en het eerste dat mijn brein doet, is zich vastklampen aan ‘hoe het hoort’. Aan hoe anderen me vertellen dat dit werkt. Luister naar podcasts, lees artikelen en praat met mensen over groei en ondernemerschap. En wat je vooral hoort, is: zorg ervoor dat je het goed regelt en organiseert.

In het gesprek met die vriendin vertel dat ik mezelf gek maak. Met ideeën over dat ik gedegen te werk moet gaan, dat ik dingen moet vastleggen en beschermen in contracten en systemen. Dat ik heus wel snap dat dat er allemaal ook bij hoort, maar dat ik niet wil toestaan dat dat het vertrekpunt is van mijn handelen.

“Ik begrijp waar het vandaan komt, maar vind het maar irritant,” verzucht ik aan de keukentafel. “Ik ben gewoon niet in mijn kracht dan. Ik doe de dingen graag op mijn gevoel en vanuit vertrouwen. En ik ben dus behoorlijk risicobereid.” Het blijft even stil omdat mijn vriendin een wijntje inschenkt. “Klopt,” zegt ze dan. “En dat in zichzelf is wel weer een groot risico.”

Neem jij graag/makkelijk risico’s in het leven en als ondernemer?

Reageren kan hier.


009. A thin line

20 november 2020  |  Aan het begin van mijn avontuur als Native Brand strateeg werk ik vooral met vrouwelijke ondernemers. Slechts een enkele man waagt zich aan het Native Brand programma. In de loop van de jaren verschuift dat. Langzaam, en eerlijk gezegd onopgemerkt. Tot ik merk dat op mijn artikelen steeds meer mannen reageren. Ik stop en kijk pas dan goed om me heen. En realiseer me dat ik dit jaar meer mannelijke dan vrouwelijke klanten heb.

Even interessant als weinig verrassend stiekem. Want als kind speel ik al graag met meisjes én jongens. Ik kies heel bewust voor een gemengd volleybalteam als ik studeer. In verschillende fasen van mijn leven heb ik hele fijne – mannelijke – vrienden. Ik hou van die vriendschappen. Ongecompliceerd. Verhelderend. What you see is what you get.

En zomaar ineens realiseer ik me dat ik in de jaren hiervoor – eveneens ongemerkt – meer en meer deel ben gaan uitmaken van allerlei vrouwenclubjes. Vriendinnengroepen, vrouwelijke ondernemersnetwerken, een groepje moeders van school, een leesclub met alleen vrouwen. En – het blijft een gemis, die harde klappen van de midaanvaller op mijn set-up – zelfs een damesvolleybalteam. En dus tot voor kort vooral vrouwelijke klanten. Overigens stuk voor stuk topwijven. Want wat hou ik ook van hún energie. De filosofische gesprekken, gedeelde verwondering over de wereld, levenslust , ambitie en de verrassend platte humor.

Dit gaat dus niet over goed of fout, minder of beter. Maar de antropoloog in mij gaat wel aan. Welke verklaringen zijn er voor de oververtegenwoordiging van vrouwen in mijn leven de afgelopen jaren, en het feit dat de mannen in ieder geval zakelijk dit jaar langzij komen?

Zit het hem in wat ik doe? Ben ik veranderd onder invloed van het moederschap? Dat zou privé het een en ander kunnen verklaren.

Maar hoe zit dat dan zakelijk? Is er de laatste tijd iets anders in mijn energie, mijn belofte, in de aantrekkingskracht van mijn merk? Iets dat mannen aantrekt? Doet de bijzondere tijd waarin we leven iets anders met mannelijke ondernemers dan met hun vrouwelijke collega’s? Of namen vrouwen eerder dan mannen aan dat ik van waarde ben? Zijn vrouwen beter van vertrouwen, of meer visionair dan mannen als het gaat om Anders Kijken en ondernemen op een manier die klopt? Heb ik door drie jaar lang – bij tijd en wijlen met de nodige bravoure – zichtbaar te zijn voldoende indruk gemaakt bij de mannen om serieus genomen te worden?

Wie zal het zeggen? Ik heb het precieze antwoord (nog) niet.

Als vrouwelijke ondernemer – of professional voor mijn part – bewandel je een smal pad. Het is een dunne lijn waar je overheen beweegt. Te makkelijk word je – door mannen, vrouwen én de draak op je eigen schouder – in een hokje gestopt.

Te mannelijk, stoer en groots, met te grote ambities. Zo een met haar op haar tanden, die bang is om haar zachtheid te laten zien.

Te vrouwelijk, kwetsbaar en klein, met te weinig drive. Zo’n wannabe die geen idee heeft, maar wel denkt al theedrinkend online een business op te bouwen.

De hokjes zijn talrijk, de oordelen die erbij horen ook. Ikzelf word met enige regelmaat geconfronteerd met het idee van anderen dat mijn bedrijf een leuke bijzaak is, voor een groot deel gefinancierd door het – in hetzelfde idee overigens behoorlijk overschatte – riante inkomen van manlief. Een leuk projectje om mee van de straat te zijn. Een avontuurtje, een manier om ook een beetje zingeving te ervaren. En ach, van die extra centjes die het oplevert, kun je toch prima de kinderopvang betalen en keer extra op vakantie?

Ach. Ik heb het bevochten maar ben daarmee gestopt. En misschien, heel misschien, is dat wel de reden van de aantrekkingskracht die mijn merk nu heeft op vrouwen én mannen. En misschien, heel misschien, is het wel een teken dat we de goede kant op gaan. Dat je een ondernemer met grote drive, torenhoge ambities en prachtige successen kunt zijn. Een die haar mannetje staat, zonder haar vrouwelijkheid te verliezen. Ik hoop het.

Ik las deze quote. Hij raakt me.

“She is a lot.

You’re right. I am a lot. A lot of woman. With a lot of layers. A lot of personality. A lot of dreams. A lot of ideas. A lot of strategies. A lot of emotions. A lot of love. Yeah, you’re right. I am a lot.”
– Skye Townsend

Word jij weleens als te mannelijk of te vrouwelijk gezien?

Reageren kan hier.


008. Playing with the big boys

15 november 2020  |  Onze jongste is vijf. Al vanaf hij zich het kan herinneren, speelt hij met zijn grote broer en de vrienden die hij mee naar huis neemt. Het is een bijdehante, die kleine. Want op geen enkele manier doet hij onder voor de grote zevenjarigen met wie hij zich zo graag omringt. Bijna elke zondag ontstaat er een spontaan voetbalpartijtje in de speeltuin om de hoek. Zonder gêne doet ons mannetje mee. Dat de anderen zeven, acht, negen, tien, elf en zesenveertig zijn, deert hem niet.

Ik bewonder dat in hem. Zijn onbevangenheid. Zijn gebrek aan onterecht ontzag voor ongelijkwaardigheid. Maar vooral ook zijn lef en doorzettingsvermogen. Want met zijn kleine pootjes werkt hij harder dan wie ook. En hij gaat ervoor. If that’s what it takes…

Hij maakt ermee niet alleen indruk op zijn (licht 😉) bevooroordeelde moeder, maar ook op een paar grote jongens in het veld – de betere spelers ook nog eens. Hij krijgt hun respect en wordt door ze aangemoedigd. Waar ze hem in eerste instantie in hun team ‘gedoogden’, roepen ze nu als de spelers verdeeld worden:”Ik wil bij Noah!” Ik gloei van trots.

En terwijl ik hem gadesla, dringt de gelijkenis met ondernemen zich aan me op. Of althans met de manier waarop ik – onbewust – onderneem. Ik weet niet zo goed waar en wanneer, maar ergens onderweg neem ik kennelijk ook het besluit dat ik gewoon met ‘de grote jongens’ meespeel. Dat ik het ondernemersspel speel met bravoure en discipline. Dat ik de helft van de tijd geen idee heb hoe ik de bal onder controle ga krijgen – laat staan dat ik weet waar het doel is – maak ik goed met een tomeloze inzet en bereidheid om te leren.

En dat betaalt zich uit, durf ik na vijf jaar ondernemen wel te zeggen. Niet dat ik mezelf inmiddels nou zo’n grote jongen vind. Maar ik speel al jaren mee, en er zijn steeds meer grote jongens die me graag in hun team hebben. So far, so good.

Meestal gaat dat goed. En soms blijkt zo’n grote jongen een verkeerde inschatting te hebben gemaakt. Zoals de afgelopen weken.

Ik word benaderd door een Grote Jongen in de klassieke zin van het woord: een grote speler op de zakelijke markt, met flink wat aanzien. Ik ken die club, uit een vorig leven. We onderzoeken de zin van samenwerking. Het klinkt goed. De ruim drieduizend ondernemers die deze partij bedient en vertegenwoordigt kunnen wel wat hulp gebruiken bij een onderscheidende positionering en marketing. Eigenlijk – zo luidt het verhaal – zijn deze ondernemers gebaat bij de inzichten en principes van Native Branding.

Geniaal toch? Als we samen geloven in de kracht van het concept, wil ik ervoor zorgen dat jullie het ook kunnen gebruiken, zeg ik ze. Samen waarde toevoegen aan de doelgroep die ons beiden zo lief is. Ik lever mijn kennis, mijn intellectueel kapitaal en alles waar ik al die jaren zo in investeerde in licentievorm aan jullie. Zij geholpen, jullie gewaardeerd. Appeltje-eitje.

All is well, totdat het over euro’s gaat. Als ik mijn voorstel met ze deel, blijkt in één klap dat ze me gruwelijk onderschatten. Mijn – overigens zeer redelijke – voorstel blijkt het tienvoudige van het bedrag waarmee zij rekenden. We weten niet hoe gauw we moeten stoppen met praten.

Wie is er hier nu eigenlijk de big boy? Die vraag ligt voor de hand.

Maar wat dit verhaal me vooral leert, is wat er zich onbewust en impliciet in je voltrekt als je jarenlang speelt zoals ik speel als ondernemer. En zoals ik mijn kleine ventje zie voetballen op zondagen in de speeltuin.

Je groeit. Je wordt groter. En sterker. En handiger. En dan ineens kun je zelf kiezen in welk team je wilt, en onder welke voorwaarden.

Dus deze zondag zie ik dat vijfjarige ventje van ons weer rondrennen. Drie turven hoog en een kop kleiner dan de rest. En ik fluister hem in gedachten de quote toe die ik zo vaak gebruik om mezelf te herinneren aan waar ik mee bezig ben.

Go ahead. Underestimate me. That’ll be fun.

Speel jij met de grote jongens? En word je dan onderschat?

Reageren kan hier.


007. De mentor

15 november 2020  |  Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Dat denk ik als ik voel dat de tweede helft van 2020 gaat over groei. De afgelopen jaren loop ik – vrij en ongebonden – mijn pad alleen. Het brengt me ver, maar de eerlijkheid gebied me te zeggen dat alleen ook maar alleen is. Het verlangen naar een mentor wordt groter en groter. Ik ben wel een beetje klaar met alles alleen uitzoeken.

Begin 2020 meld ik me aan voor een opleiding. In de dame die de opleiding geeft, hoop ik die mentor te vinden. In haar vakgebied loopt ze mijlen op mij voor – zo lijkt het althans. Maar tijdens het eerste opleidingsweekend maakt ze die belofte niet waar. Ze ontpopt zich bovendien ook nog eens niet als de mentor naar wie ik zo verlang.

Eén van de andere elf deelnemers is Edward, een intelligente man die een beetje in zichzelf gekeerd lijkt. Een zoeker, vermoed ik. Zo iemand met diepe gronden. Gaandeweg het weekend kruisen onze verhalen zich meerdere malen op bijzondere wijze. En dat blijft hangen. We houden na het weekend contact, en dat contact intensiveert naarmate de tijd verstrijkt. We hebben elkaar – zoveel is duidelijk – veel te leren. Over en weer. In een opwelling vraag ik – tijdens een van onze gesprekken – aan Edward of hij mij wil coachen in deze bijzondere en intense fase van groei in mijn bedrijf. En aldus geschiedde.

In alle vrijheid en de ruimte die Edward creëert om te adresseren wat er geadresseerd moet worden, volgen de gesprekken die we voeren meestal eenzelfde patroon. Op de vraag waar ik sta en waarover we het gaan hebben, begin ik met een braindump. Een wirwar van woorden, verhalen, fragmenten en bespiegelingen. Vastpakken of loslaten? Loslaten om vast te kunnen pakken? Of is loslaten van het een niet juist een manier om iets anders vast te kunnen pakken? Ik weet dat hij niet voor te gek te houden is – mocht mijn reptielenbrein dat al willen. Dus wat ik deel is eerlijk, ongecensureerd en – ook eerlijk – meestal een teken van de chaos in mijn hoofd.

Lang leve de introverte intellectueel tegenover me. Want hoe het gebeurt, gebeurt het: aan het einde van ieder gesprek is de kluwen in mijn hoofd ontrafeld. Dat ontstaat er overzicht in mijn hoofd, en is mijn visuele brein weer in staat het grotere plaatje te zien. “Jij zegt maar steeds dat je niet weet HOE die groei van je bedrijf eruitziet,” zegt hij in een van onze eerste sessies na weer eens veel tekst. Je maakt dat groot, en alles ervan afhankelijk. Wat gebeurt er als we die hoe nu eens loslaten? Gewoon, even parkeren. Pakken we later wel weer op. Ik denk dat je dan echt wel een plaatje hebt van waar je naartoe wilt. En dat plaatje wil ik weleens zien. Jij houdt van tekenen, toch?”

Hij heeft gelijk. Stiekem weet ik het heel goed. Maar ik kon er niet bij door de mist die ik optrok. Spreken met Edward is als een fijne wind door je haren. De mist trekt weg en wat er overblijft, is helderheid. En een plaatje dat klopt. Ik ben mezelf dankbaar dat ik mezelf hem gunde. En zo heb ik toch mijn mentor gevonden.

Heb jij een mentor? Wie zijn de mensen die jou helpen om je eigen grootsheid te ont-dekken?

Reageren kan hier.


006. Valsspelen

12 november 2020  | Eén van de inzichten die ik heb – ergens in de afgelopen jaren – is dat ondernemen eigenlijk pas leuk is, als je het een beetje als een spelletje kunt zien. Ik ben gek op spelletjes. Altijd al geweest. Als kleuter speel ik tussen de middag met mijn moeder Vier op een rij, en ik herinner me eindeloze zondagen Triominos, Levensweg en Scrabble met de familie een paar jaar later. Kolonisten, Carcasonne, Ticket to Ride, kom maar door.

Ik kan glorieus goed tegen mijn verlies maar misschien is dat wel omdat ik eigenlijk heel vaak win. 😉 Echt waar. Ik doorzie meestal de strategie snel, en als het geluk dan ook nog eens aan je hand is… En ik hou ervan dus. De bedoeling snappen en die maximaal volgen.

Als ik ergens níet van hou, is het wel valsspelen. Niet eens omdat het niet eerlijk is – hoewel mijn gevoel voor rechtvaardigheid groot is. Maar vooral ook omdat het gewoon niet de bedoeling is van een spelletje. Zeg nou zelf, wat is de waarde van een overwinning als je weet dat die je eigenlijk niet toekomt?

Image

En toch zijn er contexten waarin ik me mezelf permitteer om – luid en duidelijk en met groot genoegen – vals te spelen. Als we op schoolkamp levend stratego spelen en ik met mijn klasgenoten door een bos ren, komt een uiterst vals alter ego in mij boven. Als vermaarde onschuld in het rode team jat ik uit de koffer van de meester een lintje van groep blauw, doe ik me te pas en te onpas voor als bondgenoot en speel ik speler voor speler uit het blauwe team uit. Zo loods ik mijn rode team naar de blauwe vlag. Echt, ik straal van oor tot oor en stuiter door het bos van plezier. De beschuldigingen van boze blauwen glijden van me af. Want zeg eens eerlijk, muiten in het bos is toch niets minder dan de bedoeling van dit hele spel? Wanneer mogen er weer ON’ers meedoen met Wie is de Mol?

Zo zit ik een jaar of twee terug in een businesstraining in België. We spelen er The Money Game, waarbij je echt geld inzet. Je bepaalt zelf hoeveel, in de wetenschap dat je alles kunt kwijtraken maar dat je learnings groter zullen zijn naarmate je meer inzet. Die learnings, daar is het allemaal om te doen. Money mindset, dat soort dingen. Ik zit in een groepje met een ervaren ondernemer op respectabele leeftijd, een jonge vrouw met een nogal groot ego en een dame die het financieel niet al te best heeft. We spelen verschillende ronden,  waarin het geld over en weer gaat. Als de bel gaat, eindig je die ronde met het geld dat je op dat moment in jouw handen hebt.

In de laatste ronde mogen we alleen geld geven, niet pakken. En we mogen praten. Elkaar overtuigen. Dit is mijn moment. Ik besluit even afstand te nemen om te observeren wat er gebeurt. De oudere man gaat er direct in, en begint een goed verhaal. Dat hij het geld wel wil verzamelen om het op het einde eerlijk te verdelen. De dame met weinig geld geeft zonder veel twijfel haar geld aan hem. De dame met het ego is lastig te overtuigen. Ze voelt zich – dat zie ik – een beetje gekrenkt door de senioriteit die die man neemt en lijkt te krijgen. Ik zie haar denken. “Die ene gaf haar geld zomaar aan hem. En die Hollandse spreekt hem ook niet tegen.” Dus komt ze in opstand. Ik besluit haar vertrouwen te winnen, en vraag haar waar ze bang voor is. Ik luister goed, en hou oogcontact met beiden. Terwijl ik dat doe, hoor ik waar haar issue zit, en bied ik – als onpartijdige derde – een redelijk alternatief. De dame zonder geld knikt bevestigend. En als de man zich gewonnen geeft en hun geld aan mij overhandigt, gaat ook de dame met het ego overstag. Ze geeft me het grootste deel van haar geld. Het belletje rinkelt. Ik ben de winnaar.

Misschien wel belangrijker dan de rondes is de nabespreking. Wat gebeurde er en wat leerden we daarvan? Ik vertel ik ze mijn aanpak. Dat het mij niet om het geld ging, maar om het doorzien van de strategie van het spel. Dat ik luisterde om te begrijpen wat mijn aanpak moest zijn. Om te manipuleren, zelfs. Ik was mijn handen in onschuld, want was de bedoeling van dit spel niet dat we ervan zouden leren? Dat deed ik. En de vrouw met het ego nu ook. Dat is duidelijk. Want zodra ik het woord manipuleren gebruik, wordt ze woedend. Op het spel. Op mij. Op het leven in het algemeen. Maar vooral op zichzelf, vermoed ik.

Als in de pauze niemand meer in de zaal is, stop ik het geld in de tas van de vrouw die het het best kan gebruiken. Het ging mij niet om het geld, tenslotte. Ik zeg er niets over. Als ik zie dat ze het geld vindt en mijn kant op kijkt, knipoog ik. Ze knipoogt terug. Ook zij leerde heel, heel veel.

Ondanks dat we nooit meer écht on speaking terms raakten, volgen de dame met het ego en ik elkaar op diverse social media. Ze is coach, en inmiddels ook businesscoach blijkt nu. Want wat schetst mijn verbazing? Deze week worden we uitgenodigd om een training te krijgen over… geld verdienen zonder schaamte. Na een eerste verbazing lees ik een mooie, eerlijke tekst over hoe je als ondernemer met een verkeerde overtuiging over geld jezelf en je eigen groei in de weg kunt zitten.

Ik glimlach van de herkenning. Maar dan lees ik waar ze haar verhaal mee eindigt. Normaal kost deze training een kleine duizend euro. En nu is ie helemaal gratis. Ik zucht. Het is een bekend trucje van online ondernemers, vooral gericht op de mensen die bang zijn zo’n mooi aanbod mis te lopen. Die niet begrijpen dat dat bedrag van – in dit geval – bijna duizend euro uit de lucht is gegrepen. Het is manipulatie van de bovenste plank, en het irriteert me. In sommige spelletjes is valsspelen níet de bedoeling. En in my humble opinion is het spel van betekenisvol ondernemen er daar één van.

Speel jij weleens vals?

Reageren kan hier.


005. De wind in mijn kop

Image

8 november 2020  |  Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen met een bekentenis: ik ben écht een sucker voor de herfst. Echt, als de blaadjes beginnen te kleuren en vallen kun je mij erbij opvegen. Als een lange zomer nog even doortrekt in Indian summer, voel ik het aan alle vezels in mijn lijf. The times they are changing. Licht tintelend van opwinding kijk ik uit naar boswandelingen, herfststormen en avondjes thuis als het weer vroeg donker wordt.

Ik hoorde Oprah eens zeggen dat de zomer teveel pretenties heeft. Ik ben dat hartgrondig met haar eens. Teveel zon en teveel warmte. En teveel schuldgevoel als je daar niet op een strandstoel van ligt te genieten. Ik vind 25 graden eigenlijk al te warm, dus niks voor mij. En de winter? Meeeh. Op een enkele dag na als het sneeuwt en die sneeuw blijft liggen, ben ik gauw zat van de eindeloze kou en regen. De lente mag ik graag. Voor het eerst weer naar buiten zonder jas. De geur van de natuur die weer tot leven komt en de bloesem in de bomen. Elk jaar weer een klein wonder.

Nee dan de herfst. De wind in mijn kop. Zalig! Maar ook de lente dus.

Het duurt een tijdje voordat ik besef dat het precies de seizoenen van verandering zijn, die mij liggen. Het klopt ook wel. Als kind al vind ik het heerlijk als de dingen anders lopen dan gepland. Een flinke stroomstoring? Tof! Zelfs de evacuatie vanwege het hoge water op mijn zeventiende beleef ik als een groot avontuur. Wat ik zo leuk vind aan de momenten waarop alles anders gaat, is de simultane vertraging én beweging die erin zit. Zoals in een trein die onverwacht tot stilstand komt mensen ineens met elkaar in gesprek gaan, zorgen momenten van verrassing, beweging en onbekende afloop ervoor dat iedereen even ‘aan’ is.

Ik hou daar dus van. Ik geniet honderd keer meer van een spontane ontmoeting dan een lang geplande afspraak en ben makkelijk te verleiden tot spontane acties. En inmiddels weet ik dat je mij gewoon niet moet vragen om de winkel open te houden in tijden van stilstand. Ik ben op mijn best als roering is, er iets aanstaande lijkt. Als we onszelf existentiële vragen stellen en met visie en verbeeldingskracht de toekomst naar hier mogen halen. De juiste vragen stellen. Zonder de antwoorden te weten. Zalig.

Maar is dat wel zo, als ik heel eerlijk ben? Is het niet stiekem zo dat ik die vragen zo goed kan stellen aan anderen omdat ik van een afstandje sta te kijken en de boel overzie? Omdat ik voel waar het heen gaat, in grote lijnen? Visie, zekerheid, vertrouwen. Hoe comfortabel ben ik écht om ook zelf het grote onbekende tegemoet te treden? Welke zekerheid heb ík nodig om een sprong in het diepe te maken?

Ook ik zoek naar zekerheid en houvast als het spannend wordt. Eerst en vooral om me heen. Waar kan ik me aan vast grijpen? Idioot eigenlijk, dat ik het daar zoek. Want hee, zonder parachute uit een vliegtuig stappen, is natuurlijk geen goed idee. Maar waar vind je die parachute? De herfst krijgt zijn glans door de zekerheid dat er vier seizoenen zijn. Door het vertrouwen dat de gevallen blaadjes in de lente zullen worden vervangen door nieuwe. Wordt mijn moed om te springen niet ingegeven door het oervertrouwen dat wat er ook gebeurt en wat ik ook tegenkom, ik zeker weet dat ik – met wie ik ben en wat ik kan – me wel red daar? En is daar dus waar ik de moed vind, diep vanbinnen?

Hoe goed kun jij zijn met niet weten wat er gaat gebeuren? 
En waar haal jij de moed vandaan om te springen? 

Reageren kan hier.


004. als je wint, heb je vrienden

6 november 2020  | “Ik ben zo onder de indruk van wat jij hebt neergezet! Je test en je programma. Alle kennis waarover je beschikt, de manier waarop je alles verbindt. Ik wil niets liever dan dat je mij opleidt. Ik wil samenwerken. Je test gebruiken. Ik wil je helpen om het nog groter te maken.”

In grote lijnen is dit de strekking van berichtjes, mails en uitnodigingen die ik steeds vaker krijg. En steeds vaker ook van volslagen vreemden, kleine ondernemers en grote organisaties. Het is eervol. Mijn ego maakt steevast een rondedansje. Al was het maar om te vieren dat alle investeringen die ik deed, alle risico’s die ik nam en alle oncomfortabele keuzes die ik maakte zich uitbetalen. Ladies and gentlemen, we have a winner.

En soms, zomaar ineens, irriteert het me.

Vanmiddag maak ik een wandeling in de velden achter onze woonwijk. In gedachten verzonken over weer zo’n mailtje, adem ik koude zuurstof in. En uit. In en uit. En terwijl mijn hoofd langzaam leger wordt, doemt er een deuntje op in mijn hoofd. Ik kan me niet herinneren dat ik het voor het laatst hoorde. Dus waar het vandaan komt, is een raadsel.*

Als je wint heb je vrienden
Rijen dik
Echte vrienden
Als je wint
Nooit meer eenzaam
Zolang je wint

Je kent het wel. De staccato Doe Maar-sound die de stemmen van Herman Brood en Henny Vrienten begeleidt. Het is een lied dat druipt van het cynisme. Niet een lied waar ik me graag in thuis voel, maar dat in één klap woorden geeft aan de irritatie die ik voel. Want naast eervol voor mij voelen die berichtjes ook een beetje zo. Net iets te makkelijk.
Image

Mens, dat klinkt onaardig. Zeker zo zwart op wit. Want begrijp me niet verkeerd. Ik hou ontzettend van samenwerken en synergie. De mensen die me goed kennen, zullen het bevestigen. Ik zie eigenlijk altijd wel iets goeds in mensen, dus beticht niemand ook maar ergens van.

Dus ik vind wel wat van deze gedachtes. Maar ik merk aan mezelf ook dat ik de drempel steeds een stukje hoger maak. Een soort initiatierite. Dit fenomeen wordt door antropologen vol vuur beschreven. Een initiatierite of rite de passage is een overgangsritueel waarin de adolescent moet bewijzen dat ‘he has what it takes’ om bij de grote mensen te horen. En dat is misschien wel wat ik doe. Even kijken wat voor vlees ik in de kuip heb. Are you for real?

Is dat arrogant? Wellicht.
Achterdochtig? Niet per se.
Ben ik bang? Hell no. Niet voor dit.

“Boven op de berg is het uitzicht mooi. Maar het is er ook koud en het kan er hard waaien. Dus heb je stevigheid nodig. Je bent er naartoe geklommen, nu is het zaak te blijven staan.” Het zijn de woorden van mijn coach. Ik weet dat hij gelijk heeft en zie nu dat dit is waar stevigheid ook over gaat. Over niet de touwen uitgooien naar willekeurig wie wel boven wil zijn maar niet wil – of kan – klimmen. Ook als het ergens een beetje onaardig voelt.

Zeg eens eerlijk. Hoe stevig sta jij op jouw berg? En waarin vind je stevigheid?

Reageren kan hier.

* Oké, zo groot is dat raadsel natuurlijk ook weer niet. Iedereen die ook maar iets weet van de archetypen waarmee ik werk, kent het werk van Jung wel. En dat gaat natuurlijk over ons onderbewuste, dat ons zo vaak en zo duidelijk veel zinnigs te vertellen heeft. Als je wilt luisteren.

003. over giant leaps

1 november 2020  |  Begin dit jaar besluit ik het hardop te zeggen. Ik ga een boek schrijven. Op zich geen gek idee, want ik hou van schrijven en aan gedachten geen gebrek, zeg maar. 😉

Dat ik nog niet precies weet wat voor een soort boek het is en waar het exact over gaat, beschouw ik als een zegening. Ik weet dat de magiër in mij wil dat dit boek impactvol is, en dat de creator in mij al aan de vormgeving wil beginnen. Maar beiden helpen me niet. Niet nu, niet hier.

Ik besluit het klusje te geven aan de ontdekkingsreiziger in me. Die prima kan zijn met niet weten waar ik uitkom. Die het schrijven beschouwt als een prachtig avontuur. Een ontdekkingsreis. Een verhaal dat gaandeweg ontstaat. Door gewoon te beginnen met schrijven. Stap voor stap. En terwijl het ene na het andere verhaal uit mijn pen rolt, is dat precies wat er gebeurt. En nu ligt er op de plank een echt boek. Paar puntjes op de i nog. En dan kan ie zomaar de wereld in.

Image

Lekkere energie is dat. Ik ga daar goed op. Gewoon beginnen en zien waar je uitkomt. Zo zijn er in de krochten van mijn (digitale) archief ontelbare ideeën en projecten te vinden. Er zijn er die een stille dood sterven. Maar de meeste lopen vreselijk uit de hand. Soms vind ik er eentje terug die in de vergetelheid raakte. Dan verras ik mezelf, en ben ik stiekem best onder de indruk van wat ik zie. Geinig, hoewel ik me dan ook een beetje een verstrooide professor voel. Of Alice, in haar eigen Wonderland.

“Waarom doe je dit eigenlijk?” vraagt een van mijn klanten me. “Wat is je doel?” We zitten in een call en ik laat haar het concept van het boek zien. Haar vraag verrast me en ik kijk háár beduusd aan terwijl ik me vooral verwonder over mezelf. Ik ben zó een geworden met de energie van het ‘gewoon doen’ dat ik mezelf die vraag eigenlijk niet heb gesteld. Interessant. “Ik weet het niet,” zeg ik haar eerlijk. “Het voelt gewoon als iets dat ik graag wil doen. Wil delen.” En terwijl ik dat zeg, besef ik dat eigenlijk alles in mijn bedrijf zo tot stand komt. Vanuit een intrinsieke wens, een oerverlangen, een gut feeling die me vertelt dat het klopt.

In haar boek ‘Big Magic’ legt Elizabeth Gilbert uit dat creëren daar ook over gaat. Over maken wat je te maken hebt, zonder je te bekommeren over wat het teweegbrengt. Omdat – in mijn woorden vertaald – je gewoon niet gaat over wat anderen vinden van je werk. Je schiet pijlen in een schutting, en laat het aan anderen om de roos er omheen te tekenen. Zij bepalen of en hoe het raakt. Niet jij. Het enige wat jij te doen hebt, is pijlen schieten. Een voor een. Stap voor stap.

Het verhaal van mijn boek vertelt me iets over waar ik nu sta. In deze fase van groei ligt het voordehand om groots te denken. Groeien gaat over groter, toch? En omdat het gaat over groot meent mijn brein maar steeds dat er giant leaps nodig zijn. Ik las ooit ergens dat ons brein dat automatisch doet. Aan grootse effecten het idee koppelt dat er ook grootse acties nodig zijn. Het schijnt te maken te hebben met hoe we voor een groter vuur ook grotere blokken moesten opgooien. Dat dat is waarom we, als we het koud hebben, geneigd zijn de thermostaat een zwieper te geven. Terwijl een graad meer net zoveel effect heeft. Het wordt er in ieder geval niet sneller warm van, van die zwieper.

Maargoed. Groei dus. Grootse daden verwachten. Giant leaps. Terwijl juist Neil Armstrong al het tegendeel uitsprak. Het was juist de kleine stap van die ene mens die een grote stap voorwaarts voor de mensheid betekende. Note to self. Small steps Frannie, small steps.

Welke grootse plannen kun jij omzetten in één eerste kleine stap?

Reageren kan hier.


002. plintjes verven

31 oktober 2020  |  Vluchtgedrag, ken je dat? Dat je weet dat je eigenlijk iets te doen hebt. Iets vast te leggen, los te laten of iets aan te kijken. Maar dat al het andere ineens veel interessanter is. Als kind verzet ik me wekenlang tegen mijn kamer opruimen. Tot ik met een tas vol stom huiswerk thuiskom en van de weeromstuit zin heb om die kamer nu eindelijk eens uit te mesten. Ongeveer op die manier sta ik in de afgelopen herfstvakantie ineens na een lange verbouwing in de zomer alsnog plintjes te verven.

It’s a sign people, it’s a sign.

Behendig als een acrobaat manoeuvreer ik om de hete brij heen. Want voor me ligt een klusje waaraan ik mijn handen niet wil branden. Ik weet wat me te doen staan. Heus wel. Een groter plaatje concreet maken. De toekomst van mijn bedrijf. Groei. Samenwerking. Dat soort dingen. Ik weet dat ik antwoorden zal moeten vinden. Kleur moet bekennen. Maar ik verzet me tegen mezelf onderdompelen in de nitty-gritty. Ongeveer zoals ik me ook twaalf uur lang kan verzetten tegen het aanleveren van cijfers aan mijn accountant, om dat vervolgens in no-time te cheffen. Ik wil er gewoon niet in, niet aan. Geen zin.

En ja, natuurlijk weet ik dat die weerstand over iets anders gaat. Zucht. En ik heb een bijzondere coach gevraagd om me in dit proces van groei te begeleiden. Dat was natuurlijk in een vlaag van verstandsverbijstering want deze man laat zich niet door mijn slimme brein en rappe tong misleiden. Dat weet ik, en dat weet hij. Dus vertel ik hem eerlijk het verhaal van de plintjes. En we lachen erom, want prachtig zijn ze hoor. Taupe-beige, helemaal 2020. 😉

Image

“Hoe zorg je ervoor dat je wel doet wat nodig is, ook als dat oncomfortabel is?” vraagt hij me. Natuurlijk nadat we hebben geconcludeerd dat het grotere plaatje concreet maken, betekent dat ik dichter bij het moment kom dat ik echt moet opstaan. Voor de ondernemer die ik ben geworden en voor het beeld dat ik heb van de toekomst van mijn bedrijf. En dat dat het vinger-boven-de-verzendknop-moment (zie blog 001) all over again is.

Ik staar voor me uit terwijl ik zijn vraag op me laat inwerken. Ik verwonder me over mijn eigen wispelturigheid en ook over mijn eigen zelfkritiek. Want ineens daagt het me. Niet alleen de plintjes is sabotage, maar ook het enorme oordeel dat ik heb over mijn uitstelgedrag is dat. Want mijn hemel, de weg mag dan hobbelig zijn. En ja, ik kan een meester zijn in vluchten. Maar eerlijk gezegd ben ik juist ook heel goed in staat om oncomfortabel te zijn. Start before you’re ready? Ik zou het bedacht kunnen hebben. Dus het is een goede vraag, hóe doe ik dat dan eigenlijk?

En dan weet ik het. “Ik moet doen wat ik altijd al doe,” zeg ik hem. “Mensen vertellen waar ik mee bezig ben. Ze meenemen in mijn visie. Het groter maken door te delen. The stakes higher. Omdat ik weet dat mensen me erop zullen bevragen. Me accountable houden.” Omdat ze het me gunnen. Ze me willen zien vliegen. Ondernemen kan eenzaam zijn. Maar niet als je omringt met mensen die je grootsheid zien en je graag helpen met het maken van de juiste keuzes. Ook als die klein zijn.

Wie houdt jou accountable?

Reageren kan hier.


001. een korte geschiedenis

Image

29 oktober 2020  |  Ik groei op als dochter van een ondernemer. In 23 jaar bouwt mijn vader een ouderwets drukkerijtje in een achteraf steegje om naar een modern en geliefd allround grafisch bedrijf in Culemborg. Van dichtbij zie ik hoe uitdagend, hard en stressvol het werk van een ondernemer kan zijn. Nou ben ik in de verste verte niet vies van hard werken, maar denk toch: mooi niet dat ik dat ooit ga doen.

Als ik in 2015 na vele jaren uitdagend, hard en stressvol werken hoogzwanger mijn baan kwijtraak, vraag ik me af wat de waarde van die oude gedachte eigenlijk nog is. Ik word vanuit mijn netwerk gevraagd om een hele mooie klus te doen bij een gemeente. “We gaan je niet aannemen dus óf we koppelen je aan een payrolbureau, of je moet jezelf inschrijven bij de Kamer van Koophandel” is de boodschap. De ondernemer in mij wordt wakker. Ik heb deze klus te danken aan niemand dan mezelf en mijn eigen netwerk. Die paar facturen versturen, dat kan ik zelf ook wel. Daar ga ik echt niet iemand anders voor betalen. En zo ben ik ineens toch ondernemer. Mijn bedrijf draagt de naam van het blog dat ik al jaren schrijf: Frantastisch.

Image

Ik begin klein en voorzichtig maar blijk al gauw meer ondernemer dan ik ooit vermoedde. Na ruim een jaar interim communicatieadvies en een aantal mooie opdrachten voel ik aan alles dat deze vorm mij niet past. Dat mijn volledige potentie niet wordt benut. Er klopt iets niet. Dus zet ik redelijk rigoureus – en achteraf bezien vrij radicaal – een punt achter die loopbaan. Ik gebruik het jaar 2017 en het volledige saldo van mijn net opgebouwde bankrekening (oké, en meer dan dat) om te ontdekken wat dan wel klopt. Na talloze gesprekken met ondernemers, een zakelijke identiteitscrisis én een week in het Zwarte Woud, weet ik het. Het concept Native Branding ziet het levenslicht, compleet met een uitgebreide test en een twaalfweeks intensief programma.

Op 3 oktober 2017 stuur ik een nieuwsbrief aan honderd mensen in mijn netwerk waarin ik ze vertel wat ik doe. Terwijl mijn vinger boven de verzendknop hangt, zit er een draak op mijn schouder die van alles naar me roept. “Wie denk je wel niet dat je bent? Denk je nu echt dat die mensen begrijpen waar dit over gaat? Ze zullen wel denken. Denk je nu écht dat je hier verstand van hebt? Of überhaupt van iets verstand hebt? Het wordt vast een mislukking.” Een kakofonie van oorverdovend geluid. Dan maak ik verbinding met dat stemmetje in mij dat zacht fluistert. “Je hebt de wereld zoveel te brengen. Dat weet je heus wel. En als jij het weet, weten zij het ook. Niet doen is geen optie. En dat weet je ook.” Dus doe ik mijn ogen dicht en druk ik op de verzendknop.

Whoosh. Ready for take-off. De reis is nu écht begonnen.

Fast forward drie jaar. En wat een jaren. Meer dan vierduizend ondernemers doen de Native Brand test op www.tr-ibu.nl. Een kleine zeventig ondernemers en leiders van maatschappelijke organisaties stappen in het Native Brand programma. Talloze workshops, online classes, vervolgcursussen, een heuse Native Brand academy en een groots evenement waar ik een jaar na dato nog van nasudder. Op de planken ligt een magazine – of is het toch een boek? – dat bijna af is. En het curriculum én studiemateriaal voor een serieuze opleiding. En er is momentum. Bijna wekelijks wel een mail van iemand die wil meedoen, meebouwen. Het klinkt misschien blassé, maar ik weet dat ze het zien én voelen. Dat het klopt.

Klinkt mooi. Maar achter al dat momentum gaat ook iets anders schuil. Voor de zoveelste keer in mijn vijf jaar als ondernemer bevind ik me op onbekend terrein. Opnieuw is er ruimte en noodzaak voor groei. En weer vind ik het spannend. Heel, heel spannend. Ik stel me voor dat mijn leven een boek is, en dat de lezers zich bevinden tussen hoop en vrees. Doet ze het of doet ze het niet?

Op welke dappere move van jou hopen de lezers van jouw boek?

Reageren kan hier.